Besluit Bedrijfshulpverlening

       

BHV Besluit
BHV besluit

Besluit van 28 december 1993 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 23a, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet (Besluit bedrijfshulpverlening Arbeidsomstandighedenwet)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 6 oktober 1993, Directoraat-Generaal van de Arbeid, Afdeling Wetgeving en Juridische Zaken, nr. DGA/AIB/WJZ/9310613;

Gelet op artikel 8 van de richtlijn nr. 89/391/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van werknemers op het werk (PbEG L 183);

Gelet op artikel 23a, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;

Gezien het advies van de Arboraad van 7 april 1993, nr. R-2764a/mv/lm;

De Raad van State gehoord (advies van 27 december 1993, nr. W12.93.0657 );

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 27 december 1993, Directoraat-Generaal van de Arbeid, Afdeling Wetgeving en Juridische Zaken, nr. DGA/AIB/ WJZ/9314103;

Hebben goedgevonden en verstaan:


Paragraaf 1. Algemeen.

Art.1. Definities.

In dit besluit wordt verstaan onder:
  1. wet: de Arbeidsomstandighedenwet;
  2. bedrijfshulpverlener: de door een werkgever op grond van artikel 22 van de wet met bedrijfshulpverleningstaken belaste werknemer;
  3. bedrijfshulpverlening: de daadwerkelijke uitvoering van de taken op het gebied van de bedrijfshulpverlening, bedoeld in artikel 23 van de wet, zulks zo nodig in samenwerking met de hulpverleningsorganisaties die bij een ongeval of brand een taak hebben;
  4. ongeval: een aan een of meer in een bedrijf of inrichting aanwezige werknemers of andere personen overkomen gebeurtenis die schade aan de gezondheid tot vrijwel onmiddellijk gevolg heeft gehad, dan wel een andere gebeurtenis die direct gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van in een bedrijf of inrichting aanwezige werknemers of derden doet ontstaan;
  5. hulpverleningsorganisaties: gespecialiseerde organisaties voor hulpverlening, die in het kader van de openbare veiligheid of gezondheid opereren;
  6. bedrijf of inrichting: een bedrijf, een inrichting of een andere plaats waar werknemers arbeid verrichten.
Paragraaf 2 Eisen ten aanzien van de bedrijfshulpverlening en de bedrijfshulpverleners.

Art.2. Maatgevende factoren.
Bij de organisatie van bedrijfshulpverlening houdt de werkgever tenminste rekening met de volgende factoren:
  1. de aard, de grootte en de ligging van het bedrijf of de inrichting;
  2. de in het bedrijf of de inrichting aanwezige risicoís en de voor het bedrijf of de inrichting maatgevend geachte brandscenarioís bij de bepaling waarvan rekening is gehouden met eventueel voor het bedrijf of de inrichting door de overheid van toepassing verklaarde uitgangspunten van beveiliging tegen brand;
  3. het redelijkerwijs te verwachten aantal aanwezige werknemers en derden, en de tijdstippen waarop zij aanwezig zijn dan wel plegen te zijn;
  4. het redelijkerwijs te verwachten aantal personen die zich bij een ongeval of brand niet zelfstandig in veiligheid kunnen brengen;
  5. de opkomsttijd en mogelijkheden van de brandweer en andere hulpverleningsorganisaties;
  6. de aanwezigheid van een infrastructuur op het gebied van de arbeidsomstandigheden;
  7. de mogelijkheid om met andere arbeidsorganisaties samen te werken;
  8. de inschakeling van externe deskundigen.
Art.3. Operationaliteit, bereikbaarheid, beschikbaarheid en aanwezigheid.
  1. De werkgever organiseert de bedrijfshulpverlening zodanig dat binnen enkele minuten na het plaatsvinden van een ongeval of brand de bedrijfshulpverleningtaken op adequate wijze kunnen worden vervuld en dat na aankomst van hulpverleningsorganisaties van de overheid deze op adequate wijze kunnen worden bijgestaan.
  2. Onder alle omstandigheden en met inachtneming van artikel 4 zijn de bedrijfshulpverleners bereikbaar en beschikbaar om bij een ongeval of brand de bedrijfshulpverleningstaken te vervullen.
  3. Indien risicoís de veiligheid of de gezondheid van andere werknemers in de nabije omgeving kunnen bedreigen, nemen de betrokken werkgevers zodanige organisatorische maatregelen op het gebied van bedrijfshulpverlening dat de betrokken bedrijfshulpverleners bij een ongeval of brand over en weer bijstand kunnen verlenen.
  4. De werkgever draagt er zorg voor dat een goede communicatie en afstemming met de hulpverleningsorganisaties is gewaarborgd.
  5. De wijze waarop de bedrijfshulpverlening is georganiseerd wordt schriftelijk vastgelegd en op begrijpelijke wijze aan de werknemers bekendgemaakt.
Art.4. Aantal bedrijfshulpverleners.
  1. Het aantal bedrijfshulpverleners is zodanig, dat onder alle omstandigheden de vervulling van de taken op het gebied van de bedrijfshulpverlening gewaarborgd is.
  2. Onverminderd het eerste lid is in een bedrijf of inrichting waar ten hoogste 250 werknemers werkzaam plegen te zijn, tenminste een bedrijfshulpverlener per 50 of minder aanwezige werknemers aanwezig.
  3. Onverminderd het eerste lid zijn in bedrijven of inrichtingen waar meer dan 250 werknemers werkzaam zijn, in afwijking van het tweede lid, tenminste vijf bedrijfshulpverleners aanwezig.
  4. Indien werkgevers ter uitvoering van hun taken op het gebied van de bedrijfshulpverlening gezamenlijke bedrijfshulpverlening organiseren, worden de afspraken dienaangaande met inachtneming van het in dit besluit bepaalde schriftelijk vastgelegd. In dat geval worden voor de toepassing van dit besluit de betrokken bedrijven of inrichtingen als een geheel beschouwd.
  5. De werkgevers, die afspraken hebben gemaakt als bedoeld in het vierde lid, worden geacht aan de verplichtingen op grond van dit besluit te hebben voldaan, indien de bedrijfshulpverlening voor het geheel van de betrokken bedrijven of inrichtingen gewaarborgd is.
Art.5. Uitrusting, middelen en voorzieningen.
  1. De uitrusting, middelen en voorzieningen ten behoeve van de bedrijfshulpverlening zijn zodanig, dat de bedrijfshulpverleners hun taken te allen tijde effectief kunnen vervullen.
  2. Ten behoeve van de werknemers zijn voldoende biljetten opgehangen waarop op gemakkelijk te begrijpen wijze is aangegeven wat te doen indien zich een ongeval of brand heeft voorgedaan.
Art.6. Opleiding en deskundigheid.
  1. De bedrijfshulpverleners zijn zodanig opgeleid, dat de bedrijfshulpverlening gewaarborgd is.
  2. Bij ministeriŽle regeling kunnen voor daarbij aan te wijzen categorieŽn bedrijven, inrichtingen of andere plaatsen waar de werknemers werkzaam plegen te zijn, of in verband met bijzondere risicoís regels worden gesteld met betrekking tot de opleiding, deskundigheid en ervaring van bedrijfshulpverleners.
Art.7. Oefening.

De bedrijfshulpverleners nemen deel aan herhalingscursussen, oefeningen ofandere activiteiten met zodanige inhoud en frequentie dat hun kennis en vaardigheden op het gebied van de bedrijfshulpverlening tenminste op het vereiste niveau gehandhaafd blijft.

Paragraaf 3. Overige bepalingen.

Art.8. Toepasselijkheid.

Dit besluit is niet van toepassing op arbeid, verricht in onderscheidenlijk op een luchtvaartuig, een zeeschip of een binnenvaartuig dan wel een voertuig op een openbare weg of een spoor- of tramweg.

Paragraaf 4 Slotbepalingen

Art.9.
  1. Artikel 20 en paragraaf 13 van het Veiligheidsbesluit voor fabrieken of werkplaatsen 1938' vervallen.
  2. Paragraaf 3 van het Landbouwveiligheidsbesluit vervalt.
  3. Artikel 175 en paragraaf 20 van het Veiligheidsbesluit Stuwadoorsarbeid vervallen.
  4. Artikel 34, het opschrift van dat artikel, en hoofdstuk IV van het Veiligheidsbesluit binnenvaart vervallen.
  5. Paragraaf 5 van het Veiligheidsbesluit restgroepen vervalt.
Art.10.

Het Besluit bedrijfszelfbescherming 1958 wordt ingetrokken.

Art. 11.

De artikelen van dit besluit treden in werking op het tijdstip dat artikel 23a van de wet in werking treedt.

Art.12.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bedrijfshulpverlening Arbeidsomstandighedenwet.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting ir, het Staatsblad zal worden geplaatst.

Ďs-Gravenhage, 28 december 1993
Beatrix.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
B. de Vries

       Wilt u meer informatie over risico-inventarisatie of het laten opstellen van een 
       bedrijfsnoodplan? Mail dan naar Incendium en vraag om een persoonlijk onderhoud 
       met een van onze adviseurs.

bedrijfshulpverlening  cursussen  ontruimingsplan  ontruimingsoefeningen  kleine blusmiddelen  links

 


Incendium
tel: 06-10342966
e-mail: info@incendium.nl